Citaat | Rechtbank Den Haag 10 december 2015

Onder 5.15 Rechtbank Den Haag 10 december 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365.

De rechtbank overweegt als volgt. Doorslaggevend bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van een opsporingsmethode zoals in deze zaak is gehanteerd door de politie is in welke mate de inzet van die methode inbreuk maakt op het recht van een verdachte op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Is sprake van een niet meer dan geringe inbreuk (waarbij het moment van inzet van het opsporingsmiddel leidend is, niet de resultaten) of bergt de gebruikte opsporingsmethode geen bijzondere Risico’svoor de integriteit en de betrokkenheid van de opsporing in zich, dan biedt artikel 3 van de Politiewet een toereikende wettelijke grondslag voor het inzetten van de bewuste opsporingsmethode. Is dit niet het geval, dan moet de politie aan de officier van justitie vragen bijvoorbeeld (maar dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval) een bevel ex artikel 126j Sv af te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ef11fd9bdbc5516a4141c44126afbb384f9d950a38f4a7d5d43be58ddc32c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ef11fd9bdbc5516a4141c44126afbb384f9d950a38f4a7d5d43be58ddc32c8, en de alinea staat in dat document op bytes 84386 tot 85291.