Citaat | Rechtbank Den Haag 10 december 2015
Onder 5.34 Rechtbank Den Haag 10 december 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365.
Ten aanzien van de ernst van de verzuimen (de inbreuk op de privacy) en het nadeel dat hierdoor is veroorzaakt oordeelt de rechtbank dat relativering op zijn plaats is. Het gaat in deze om het inwinnen van informatie in de digitale wereld. De verzamelde gegevens waren publiekelijk toegankelijk. Het betreft dus een andere (en minder ernstige) situatie dan de situatie waarin informatie wordt verzameld in een afgesloten ‘ruimte’ (bijvoorbeeld een woning). Van belang in dit verband is ook dat verdachten hun Facebookpagina’s met name gebruikten om uit te dragen waar zij voor stonden, voor hun boodschap; het was hen er juist om te doen dat anderen kennis namen van de inhoud van hun pagina’s. De rechtbank acht in dit verband voorts van belang dat er in het onderzoek tegen de verdachten goede gronden waren om tot stelselmatige informatie-inwinning over te gaan, zodat geen sprake is geweest van een inbreuk op de privacy van verdachten waarvoor geen inhoudelijke rechtvaardiging bestond; als de politie aan de officieren van justitie had gevraagd om bevelen ex artikel 126j Sv af te geven, dan zouden deze zonder enige twijfel zijn verstrekt. Van belang is ook dat waar tot meer indringende vormen van het inwinnen van informatie is overgegaan, zoals het versturen van vriendschapsverzoeken (waarmee toegang kon worden verkregen tot de, waar van toepassing, afgeschermde gedeeltes van de Facebookpagina’s), deze activiteiten wél werd gedekt door bevelen ex artikel 126j Sv. Hierop geldt één uitzondering, namelijk het Facebookaccount van Moussa L. , maar dit gegeven alleen brengt geen wijziging in het oordeel van de rechtbank. Ten slotte merkt de rechtbank nog op dat de geconstateerde vormverzuimen er niet toe hebben geleid dat de opsporingsactiviteiten niet of slechts beperkt controleerbaar zijn geweest doordat zij achter de rug van de officieren van justitie plaatsvonden en doordat als gevolg daarvan behoorlijke verslaglegging ontbrak. Weliswaar valt op die verslaglegging, zoals de rechtbank hierna nog zal overwegen, wel het een en ander aan te merken, maar hieraan behoeft, wat de rechtbank betreft, geen gevolg te worden verbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ef11fd9bdbc5516a4141c44126afbb384f9d950a38f4a7d5d43be58ddc32c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ef11fd9bdbc5516a4141c44126afbb384f9d950a38f4a7d5d43be58ddc32c8, en de alinea staat in dat document op bytes 101465 tot 103704.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3ef11fd9bdbc5516a4141c44126afbb384f9d950a38f4a7d5d43be58ddc32c8 | shasum -a 256