Citaat | Rechtbank Den Haag 10 december 2015
Onder 12.4 Rechtbank Den Haag 10 december 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:14365.
Ten aanzien van een aantal ten laste gelegde uitingen komt de rechtbank tot het oordeel dat niet valt in te zien hoe deze rechtstreeks in verband kunnen worden gebracht met het opwekken van de gedachte aan deelname aan de gewapende jihadstrijd in Syrië, het trachten de mening te vestigen dat deze deelname wenselijk of noodzakelijk is of het verlangen op te wekken om die deelname te bewerkstelligen, of zelfs maar uiting geven aan hoge morele waardering voor die deelname. Sommige van deze uitingen zijn schokkend, moreel ronduit verwerpelijk of kunnen worden gezien als belediging van een groep mensen en/of het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld als bedoeld in de artikelen 137c en 137d Sr. Dit zijn echter niet de strafbare feiten waartoe blijkens de tenlastelegging zou zijn opgeruid. Ook uitingen die (kunnen) leiden tot polarisatiein de maatschappij, of die strekken tot verwerping van de democratie houden naar het oordeel van de rechtbank geen rechtstreeks verband met het aanzetten tot deelnemen aan de gewapende jihadstrijd in Syrië.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3ef11fd9bdbc5516a4141c44126afbb384f9d950a38f4a7d5d43be58ddc32c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3ef11fd9bdbc5516a4141c44126afbb384f9d950a38f4a7d5d43be58ddc32c8, en de alinea staat in dat document op bytes 214303 tot 215373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3ef11fd9bdbc5516a4141c44126afbb384f9d950a38f4a7d5d43be58ddc32c8 | shasum -a 256