Citaat | Rechtbank Den Haag 12 februari 2015
Onder 4.7. Rechtbank Den Haag 12 februari 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 12 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1437.
Duinzigt heeft de kantonrechter verzocht om op dit punt, ingevolge artikel 392 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv”), een rechtsvraag te stellen aan de Hoge Raad. Zij legt aan dit verzoek onder meer het volgende ten grondslag. Het verschil van inzicht tussen de rechtbanken werkt rechtsonzekerheid in de hand en is niet bevorderlijk voor de rechtseenheid. Mede hierdoor zijn veel soortgelijke gedingen aanhangig. De door de jurisprudentie gecreëerde rechtsonzekerheid wordt nog versterkt door de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister voor Wonen en Rijksdienst en door de Autoriteit Consumenten en Markt (hierna: “ACM”), die zich volgens Duinzigt in de discussie hebben gemengd. Duinzigt is voorts van mening dat de onduidelijkheid in de jurisprudentie ervoor heeft gezorgd dat het speelveld voor huurbemiddelaars ernstig verstoord geraakt en dat huurbemiddelaars zich onzeker voelen over hun rechtpositie. Voorts heeft zij nog aangevoerd dat, gelet op het geldelijk belang van deze zaken – meestal beperkt dit zich tot één maand huur – het niet waarschijnlijk is dat een procespartij een dergelijke zaak aan een gerechtshof zal kunnen voorleggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc5dd219900fc512fc1922b1b43373a488797fcdc5af7411d4ec55327b8a4a6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc5dd219900fc512fc1922b1b43373a488797fcdc5af7411d4ec55327b8a4a6a, en de alinea staat in dat document op bytes 18232 tot 19436.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc5dd219900fc512fc1922b1b43373a488797fcdc5af7411d4ec55327b8a4a6a | shasum -a 256