Citaat | Rechtbank Den Haag 9 september 2015
Onder 4.3. Rechtbank Den Haag 9 september 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 9 september 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:15277.
“Om tot een goede beoordeling van de financiële positie van de consument te komen moet de aanbieder van krediet inzicht hebben in zowel de inkomsten, bijvoorbeeld de bron en hoogte van de inkomsten van de consument of relevante derden, als bepaalde vaste uitgaven van de consument, bijvoorbeeld de huur dan wel hypotheek, alimentatie en de ziektekostenverzekering. Een zwakke of onzekere financiële positie, bijvoorbeeld bij jongeren met een laag inkomen, zal er eerder toe leiden dat het aangaan van een overeenkomst inzake krediet onverantwoord is in het kader van het voorkomen van overkreditering van de betrokken consument. In het tweede lid van artikel 51 is uitdrukkelijk vastgelegd dat er geen krediet mag worden verleend indien dit met betrekking tot het voorkomen van overkreditering van de consument onverantwoord is. De aanbieder van krediet baseert zich daarbij op de verzamelde informatie op grond van het bij of krachtens het eerste lid bepaalde.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f231921941d6375f30eaee1e26db336544d744837e6db158cf79b3faa4248c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f231921941d6375f30eaee1e26db336544d744837e6db158cf79b3faa4248c1, en de alinea staat in dat document op bytes 18264 tot 19257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7f231921941d6375f30eaee1e26db336544d744837e6db158cf79b3faa4248c1 | shasum -a 256