Citaat | Rechtbank Den Haag 4 maart 2015

Onder 4.11. Rechtbank Den Haag 4 maart 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2443.

De rechtbank tekent voorts nog aan dat in de parlementaire geschiedenis nadrukkelijk rekening is gehouden met de mogelijkheid dat onder omstandigheden zelfs derden aan wie een dier tijdelijk is toevertrouwd, geen aanspraken op grond van artikel 6:179 BW geldend kunnen maken in verband met ‘acceptatie van het risico’, waardoor de vergoedingsplicht vervalt dan wel kan worden gematigd. In lijn daarmee heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 27 april 2001 ( ECLI:NL:HR:2001:AB1335, NJ 2002, 54 ) overwogen dat artikel 6:179 BW onder omstandigheden buiten toepassing kan blijven. Nu in casu sprake is van een bewuste keus van [eiseres] de permanente (mede-)bezitter van het dier te zijn, dienen de gevolgen van die keuze dus voor haar rekening en risico te blijven. De risico-acceptatie die al voor een derde kan gelden die zich tijdelijk over een dier ontfermt, geldt immers des te meer voor de permanente (mede-)bezitter van een dier.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd9deeafae0402762721d4d96a6891232e092194fae31699f60eb280c0ab155f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd9deeafae0402762721d4d96a6891232e092194fae31699f60eb280c0ab155f, en de alinea staat in dat document op bytes 29973 tot 30957.