Citaat | Rechtbank Den Haag 16 februari 2015
Alinea 39 Rechtbank Den Haag 16 februari 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 16 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:3079.
De overeenkomsten zijn te kwalificeren als overeenkomsten van huurkoop. De overeenkomsten zijn tot stand gekomen door bemiddeling van een tussenpersoon, DND Adviesgroep. Op advies van de tussenpersoon heeft [eiser] de overwaarde van zijn woning opgenomen in een nieuwe hypotheek om daarmee de inleg voor de overeenkomsten te voldoen. Gebleken is dat de tussenpersoon als zogenaamde cliëntenremisier niet bevoegd was om zelfstandig een dergelijk advies te verstrekken. Door het accepteren van cliënten van een cliëntenremisier die zich niet aan de voorwaarden van de vrijstelling houdt heeft Aegon gehandeld in strijd met artikel 41 van de NR. Aegon heeft ook geen onderzoek gedaan naar de beleggingsdoelstellingen van [eiser] en heeft [eiser] niet geïnformeerd over de specifieke eigenschappen en risico’s van het product. Daarmee heeft zij gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 28 en 33 NR 99. Op grond van artikel 6:76 BW dan wel artikel 6:171 of 6:172 BW is Aegon aansprakelijk voor het handelen en nalaten van de tussenpersoon. [eiser] is er noch door de tussenpersoon noch door Aegon op gewezen dat er belegd werd met geleend geld, en evenmin is hij gewezen op de specifieke risico’s van effectenlease-producten. Daarnaast kennen effectenleaseproducten gebreken die niet gelden voor gewoon beleggen. Deze specifieke risico’s en gebreken kunnen niet worden beschouwd als feiten van algemene bekendheid en als leek op beleggingsgebied beschikte hij ook niet over de bekwaamheid om deze te onderkennen. Aegon heeft haar dubbele zorgplicht jegens hem geschonden en is aansprakelijk voor de schade die [eiser] daardoor heeft geleden. Van eigen schuld aan zijn kant is geen sprake. De betreffende jurisprudentie van de HR is in dit geval niet van toepassing, althans laat ruimte voor een afwijkende beoordeling, omdat de Hoge Raad daarin uitgegaan is van onjuiste uitgangspunten. Niet alleen dient de restschuld voor rekening van Aegon te komen, maar ook (een groot deel van) de door [eiser] betaalde inleg. Subsidiair voert [eiser] aan dat Aegon het aangaan van de overeenkomsten had moeten ontraden, omdat deze voor hem het risico van een onverantwoord zware last inhielden. Ook volgens het Hofmodel leveren de overeenkomsten voor [eiser] een onaanvaardbaar zware last op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c97cae6c4858f3149d4e755dbbfb8e4e0af0053c6ac04385b1537ab03f255816. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c97cae6c4858f3149d4e755dbbfb8e4e0af0053c6ac04385b1537ab03f255816, en de alinea staat in dat document op bytes 11247 tot 13566.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c97cae6c4858f3149d4e755dbbfb8e4e0af0053c6ac04385b1537ab03f255816 | shasum -a 256