Citaat | Rechtbank Den Haag 2 februari 2015

Onder 6.3. Rechtbank Den Haag 2 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:4401.

De wrakingskamer is van oordeel dat het feit dat de rechter-commissaris tijdens het vervoer naar de verhoorlocatie in hetzelfde voertuig heeft gezeten als de getuige, geen grond is om tot toewijzing van het wrakingsverzoek te komen. De rechter-commissaris is over het contact dat hij voorafgaand aan het verhoor met de getuige heeft gehad, tegenover de officier van justitie en tegen de raadsvrouw van verzoeker transparant geweest door hen voorafgaand aan het verhoor volledig te informeren over de aanleiding van het gezamenlijke vervoer en over de aard en inhoud van hetgeen tussen de rechter-commissaris en de getuige is gecommuniceerd. De rechter-commissaris heeft verklaard met de getuige niet over de inhoud van het verhoor te hebben gesproken. De wrakingskamer ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de mededelingen die de rechter-commissaris aan de officier van justitie en aan de raadsvrouw van verzoeker heeft gedaan. Dit brengt mee dat niet gesteld kan worden dat het de rechter-commissaris aan onpartijdigheid heeft ontbroken dan wel dat hij de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0eb80cb0ec4ffbeba0ef2d66945b851769bb6f7dd3f2202dc9f35673def23934. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0eb80cb0ec4ffbeba0ef2d66945b851769bb6f7dd3f2202dc9f35673def23934, en de alinea staat in dat document op bytes 13075 tot 14207.