Citaat | Rechtbank Den Haag 2 februari 2015

Onder 6.8. Rechtbank Den Haag 2 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 2 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:4401.

Het feit dat de rechter-commissaris na afloop van het overleg met de officier van justitie naar de raadsvrouw van verzoeker toe transparant is geweest over hetgeen tussen hem en de officier van justitie was besproken, doet aan het voorgaande niets af, nu het schenden van het beginsel van hoor en wederhoor en het handelen in strijd met artikel 12 Wet RO op dat moment al was geschied. Bovendien heeft de rechter-commissaris verklaard dat hij achteraf openheid van zaken kon geven omdat volgens hem de bescherming van de identiteit van de getuige in dit geval niet in het geding was. Als hij in een vergelijkbare situatie tot het oordeel zou komen dat deze bescherming wel in het geding was, zou hij de informatie uit het overleg met de officier van justitie kennelijk niet delen met de verdediging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0eb80cb0ec4ffbeba0ef2d66945b851769bb6f7dd3f2202dc9f35673def23934. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0eb80cb0ec4ffbeba0ef2d66945b851769bb6f7dd3f2202dc9f35673def23934, en de alinea staat in dat document op bytes 18959 tot 19772.