Citaat | Rechtbank Den Haag 3 juni 2015
Onder 5.15. Rechtbank Den Haag 3 juni 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 3 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6222.
Het beroep van eisers op schending van artikel 6 EVRM, de tweede grondslag van de vordering, slaagt evenmin. Het nemen van een onjuiste beslissing, of het nalaten van het stellen van prejudiciële vragen, brengt op zichzelf niet mee dat niet meer gesproken kan worden van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak, zoals voor de vaststelling van een schending van artikel 6 EVRM is vereist. Zoals reeds is vastgesteld is ook niet gebleken dat eisers in de procedure bij de Hoge Raad hebben verzocht om een concrete prejudiciële vraag te stellen aan het HvJEU. Zij hebben alleen, buiten het partijdebat, in algemene zin opgemerkt dat het stellen van prejudiciële vragen aangewezen lijkt. Daarmee zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat de Hoge Raad fundamentele rechtsbeginselen heeft veronachtzaamd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3aaaf2db54607db99407a2029f74427677603b7a5e7b9788d88863a53d32bfe9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3aaaf2db54607db99407a2029f74427677603b7a5e7b9788d88863a53d32bfe9, en de alinea staat in dat document op bytes 55845 tot 56697.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3aaaf2db54607db99407a2029f74427677603b7a5e7b9788d88863a53d32bfe9 | shasum -a 256