Citaat | Rechtbank Den Haag 3 juni 2015
Onder 5.6 Rechtbank Den Haag 3 juni 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 3 juni 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6222.
Deze en de daarop voortbouwende klachten falen aangezien de door het middel voorgestane toetsingsmaatstaf - die inhoudt dat de passendheid van een middel waarmee een legitiem doel wordt nagestreefd, dient te worden beoordeeld naar het moment van invoering daarvan - niet in de Richtlijn of de Wgbl is voorgeschreven en evenmin steun vindt in de rechtspraak van het HvJEU (vgl. HvJEU 21 juli 2011 (Fuchs en Köhler), C-159/10, LJN BR3681, NJ 2011/522, punt 40-43). Anders dan het middel onder 2.7 voorts betoogt, is het oordeel van het hof in rov. 4.9, dat verder is gebaseerd op waarderingen van feitelijke aard, overigens niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3aaaf2db54607db99407a2029f74427677603b7a5e7b9788d88863a53d32bfe9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3aaaf2db54607db99407a2029f74427677603b7a5e7b9788d88863a53d32bfe9, en de alinea staat in dat document op bytes 25982 tot 26638.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3aaaf2db54607db99407a2029f74427677603b7a5e7b9788d88863a53d32bfe9 | shasum -a 256