Citaat | Rechtbank Den Haag 10 juli 2015
Onder 4.43. Rechtbank Den Haag 10 juli 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8082.
Ook de drie door Wieland voorgestelde aanvullende vragen neemt de voorzieningenrechter niet over. De eerste vraag is of er een termijn geldt waarbinnen de gedaagde partij bij een ingetrokken kort geding een beroep op artikel 127 dan wel 250 Rv moet doen. Wat betreft artikel 127 Rv verwijst de voorzieningenrechter naar hetgeen hiervoor is overwogen. Artikel 250 Rv geeft geen termijn maar de onderhavige zaak stelt de voorzieningenrechter niet voor een vraag op dit punt. De voorzieningenrechter neemt ook niet over de vraag in hoeverre wettelijke rente voor vergoeding in aanmerking komt als de gedaagde partij niet onverwijld na intrekking van het kort geding een verzoek indient tot het uitvaardigen van een bevelschrift. De voorzieningenrechter heeft ook hier geen vraag over aan de Hoge Raad. De voorzieningenrechter neemt onder verwijzing naar hetgeen in 4.16 is overwogen tot slot ook niet over de suggestie van Wieland om de nieuwe vraag toe te voegen of een gedaagde partij, ingeval eiser na intrekking van het kort geding een (grotendeels) gelijkluidende bodemprocedure aanhangig maakt de in kort geding gemaakte kosten in de bodemprocedure kan vorderen in plaats van in een bevelschriftprocedure.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcce694051b2a33c212e10f783da08c64d18bdddf90004e1f12a714668db7783. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcce694051b2a33c212e10f783da08c64d18bdddf90004e1f12a714668db7783, en de alinea staat in dat document op bytes 42937 tot 44160.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcce694051b2a33c212e10f783da08c64d18bdddf90004e1f12a714668db7783 | shasum -a 256