Citaat | Rechtbank Den Haag 10 juli 2015

Onder 4.21. Rechtbank Den Haag 10 juli 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8082.

Wieland stelt zich op het standpunt dat de artikelen 249 en 250 Rv onverenigbaar zijn met het karakter van een kort geding en zodoende niet van toepassing zijn bij intrekking van een kort geding. Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kent een lacune die het Procesreglement opvult, aldus Wieland. Wieland heeft zich niet uitgelaten over het voornemen prejudiciële vragen te stellen maar uitsluitend over de voorgestelde vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcce694051b2a33c212e10f783da08c64d18bdddf90004e1f12a714668db7783. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcce694051b2a33c212e10f783da08c64d18bdddf90004e1f12a714668db7783, en de alinea staat in dat document op bytes 27228 tot 27676.