Citaat | Rechtbank Den Haag 10 juli 2015

Onder 4.25. Rechtbank Den Haag 10 juli 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 10 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8082.

De voorzieningenrechter zal onderdelen b en c toevoegen. Onderdeel b is in vergelijkbare bewoordingen ook voorgesteld door Wieland. Hoewel de leden 2 en 5 van artikel 125 Rv verwijzen naar de in de dagvaarding genoemde roldatum hetgeen in kort geding de datum van de mondelinge behandeling is, kan - als de regeling van toepassing is in kort geding - niet worden uitgesloten dat andere momenten of handelingen van partijen relevant zijn voor de beoordeling van het verval van aanhangigheid nu de kort geding procedure in eerste aanleg geen eerste roldatum kent waarop de gedaagde partij zich dient te stellen. Om die reden was als onderdeel al opgenomen een verwijzing naar het op voorhand toezenden van (een kopie van) de uitgebrachte dagvaarding hetgeen staande praktijk is en ook i.c. is gebeurd. Het indienen van producties door de gedaagde partij, al dan niet op last van de voorzieningenrechter zoals i.c. opgenomen in de dagvaarding, zou ook een relevant moment of een relevante handeling kunnen zijn. De voorzieningenrechter voegt in dit verband nog een onderdeel d aan vraag 1 toe, die ziet op de situatie dat al dan niet op last van de voorzieningenrechter op voorhand door de gedaagde partij een conclusie van antwoord is ingediend die zij ter zitting wenst te nemen. De voorzieningenrechter neemt het door GIA c.s. voorgestelde onderdeel d niet over nu die vraag niet ziet op verval van aanhangigheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcce694051b2a33c212e10f783da08c64d18bdddf90004e1f12a714668db7783. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcce694051b2a33c212e10f783da08c64d18bdddf90004e1f12a714668db7783, en de alinea staat in dat document op bytes 30612 tot 32040.