Citaat | Rechtbank Den Haag 30 januari 2015

Onder 1.2. Rechtbank Den Haag 30 januari 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 30 januari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:940.

3. Uit het bestreden besluit, waarin wordt overwogen dat de overwegingen uit het voornemen van 12 december 2014 worden overgenomen en als ingelast dienen te worden beschouwd, blijkt dat verweerder verzoeker artikel 31, tweede lid, aanhef en onder c en f, van de Vw 2000 heeft tegengeworpen en dat verweerder zich op het standpunt stelt dat dit de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas op voorhand aantast. Verweerder heeft daarbij overwogen dat als een van de omstandigheden genoemd in artikel 31, tweede lid, onder a tot en met f, van de Vw 2000 zich voordoet, dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van de asielzoeker en dat dan van het asielrelaas een positieve overtuigingskracht dient uit te gaan. Verweerder komt vervolgens op basis van verschillende elementen tot de conclusie dat van de verklaringen van verzoeker geen positieve overtuigingskracht uitgaat, dat zijn verklaringen derhalve niet geloofwaardig worden bevonden waardoor verzoeker op grond van die verklaringen niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw 2000.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/312980fb11d75bae80abcbffceb668681d4a1c982ad7cbba8e7462ad3c300ede. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 312980fb11d75bae80abcbffceb668681d4a1c982ad7cbba8e7462ad3c300ede, en de alinea staat in dat document op bytes 10525 tot 11672.