Citaat | Rechtbank Den Haag 17 juli 2015

Alinea 33 Rechtbank Den Haag 17 juli 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 17 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9406.

8. De door eiser aangehaalde jurisprudentie van de civiele kamer van de Hoge Raad leidt niet tot het oordeel dat in onderhavig geval voorbij dient te worden gegaan aan de op zichzelf duidelijke tekst van het testament. In onderhavige situatie is niet aannemelijk geworden dat de erflater ten tijde van het opmaken van het testament niet heeft bedoeld om, in geval hij zou overlijden met achterlating van afstammelingen, R als erfgenaam uit te sluiten. De enkele stelling van eiser dat dit het geval is en dat nu sprake is van een situatie die geen weldenkend mens zou hebben gewild, is daarvoor onvoldoende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2e17bf09fe40442890b69ed37f8e6649d6372fc7715305d486aa8e050821bc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2e17bf09fe40442890b69ed37f8e6649d6372fc7715305d486aa8e050821bc9, en de alinea staat in dat document op bytes 11421 tot 12042.