Citaat | Rechtbank Den Haag 24 augustus 2015

Onder 2.7. Rechtbank Den Haag 24 augustus 2015

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 24 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9986.

Op 6 maart 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, hierna ‘het gerechtshof’, (samengevat) geoordeeld dat er geen gronden zijn om de erkenning van het arrest te weigeren, dat de feiten waarvoor [eiser] in België is veroordeeld ook naar Nederlands recht strafbaar zijn en er geen wettelijke gronden zijn die aanleiding geven voor aanpassing van de opgelegde vrijheidsbenemende sanctie. Voor zover hier van belang heeft het gerechtshof geoordeeld: “Het hof neemt bij het bepalen van de op te leggen straf als uitgangspunt de straf welke zou zijn opgelegd als de feiten in Nederland zouden zijn begaan. Uit het vonnis van de Belgische autoriteiten blijkt dat de veroordeelde gedurende een periode van bijna twee jaar als deelnemer aan een criminele organisatie betrokken is geweest bij het op grote schaal en op zeer professionele wijze vervaardigen van zeer grote hoeveelheden verdovende middelen. Als de feiten in Nederland zouden zijn gepleegd, zou waarschijnlijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ongeveer acht jaar zijn opgelegd. Rekening houdend met de kennelijk in België levende opvattingen omtrent de ernst van het feit ziet het hof geen aanleiding om de door de Belgische rechter opgelegde straf in duur aan te passen.”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2533d96f2ec960ac8b81c3b8c1ad484f1498f55b69361a0d63566a569423d68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2533d96f2ec960ac8b81c3b8c1ad484f1498f55b69361a0d63566a569423d68, en de alinea staat in dat document op bytes 12946 tot 14244.