Citaat | Rechtbank Den Haag 24 augustus 2015
Onder 4.2. Rechtbank Den Haag 24 augustus 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 24 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9986.
[eiser] heeft gesteld dat de Minister van Veiligheid en Justitie uiterlijk op 6 november 2014 had dienen te beslissen op het verzoek van de Belgische autoriteiten strekkende tot erkenning van het arrest en de tenuitvoerlegging daarvan. [eiser] heeft de brief van 6 november 2014, waarin het voornemen om de in het arrest opgelegde gevangenisstraf met toepassing van de WETS ten uitvoer te leggen aan hem kenbaar wordt gemaakt, pas na zijn aanhouding op 5 december 2014 ontvangen en uiteindelijk heeft de Minister van Veiligheid en Justitie pas op 30 april 2015 beslist tot erkenning van het arrest. Volgens [eiser] is hij door deze vertraging in zijn belangen geschaad en heeft hij recht op en belang bij een spoedige behandeling van zijn zaak. Echter, de Staat heeft onbetwist naar voren gebracht dat op de overschrijding van de in de WETS genoemde termijn geen sanctie is gesteld en dat deze overschrijding in ieder geval niet kan leiden tot het vervallen van de verplichting tot erkenning. Daar komt nog bij dat de Staat voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan het ten behoeve van [eiser] opgestelde certificaat gebreken kleefden, in die zin dat daarop niets was vermeld met betrekking tot de bedongen terugkeergaranties, noch met betrekking tot de detentie van [eiser] . Gelet op het bepaalde in artikel 2:10 lid 2 sub b WETS kan de beslissing tot erkenning worden uitgesteld indien het certificaat onvolledig of onjuist is. Naar voorlopig oordeel is voldoende gebleken dat daarvan in de situatie van [eiser] sprake is geweest, zodat de termijnoverschrijding in het onderhavige geval niet onrechtmatig is. Anders dan [eiser] heeft betoogd is naar voorlopig oordeel onvoldoende gebleken dat het arrest en het certificaat niet onverwijld aan het gerechtshof zijn voorgelegd, terwijl overigens niet valt in te zien dat [eiser] hierdoor op onredelijke wijze in zijn belangen zou zijn geschaad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2533d96f2ec960ac8b81c3b8c1ad484f1498f55b69361a0d63566a569423d68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2533d96f2ec960ac8b81c3b8c1ad484f1498f55b69361a0d63566a569423d68, en de alinea staat in dat document op bytes 22914 tot 24834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2533d96f2ec960ac8b81c3b8c1ad484f1498f55b69361a0d63566a569423d68 | shasum -a 256