Citaat | Rechtbank Den Haag 24 augustus 2015
Onder 4.4. Rechtbank Den Haag 24 augustus 2015
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 24 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9986.
[eiser] stelt zich op het standpunt dat het certificaat dat ten behoeve van hem is ingevuld, afwijkt van de inhoud van het arrest. In het certificaat is immers vermeld dat de strafbare feiten hebben plaatsgevonden in het arrondissement Antwerpen en elders in België, terwijl uit het arrest kan worden afgeleid dat het Hof van beroep Antwerpen van oordeel is dat het bewezen geoordeelde feit mogelijk, in ieder geval gedeeltelijk, op Nederlands grondgebied heeft plaatsgevonden. Volgens [eiser] had het gerechtshof de erkenning van het arrest daarom moeten weigeren op grond van de in artikel 2:13 lid 1 sub a WETS opgenomen verplichte weigeringsgrond. Dit standpunt kan niet worden gevolgd. Nog daargelaten de omstandigheid dat de advocaat van [eiser] dit pas ter zitting aan de orde gestelde punt slechts zeer summier heeft toegelicht, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Hoewel uit de door [eiser] aangehaalde passages uit het arrest blijkt dat tijdens een huiszoeking in de woning van [eiser] onder meer apparatuur voor de aanmaak van synthetische drugs en een werkplaats voor de productie van apparaten die gebruikt worden bij de productie van synthetische drugs zijn aangetroffen, dat in die werkplaats een sterke MDMA-geur is waargenomen en dat volgens het Hof van beroep Antwerpen onduidelijkheid bestaat over de locaties waarop het laboratorium operationeel was en dat dit ‘mogelijk zelfs in Nederland’ is geweest, blijkt daaruit nog niet dat de strafbare feiten waarvoor [eiser] is veroordeeld niet (ook) in het arrondissement Antwerpen, dan wel elders in België zijn gepleegd. Dat het certificaat onjuist en in strijd met de inhoud van het arrest is ingevuld, is dan ook naar voorlopig oordeel onvoldoende gebleken. Daar komt nog bij dat de Staat onbetwist naar voren heeft gebracht dat deze weigeringsgrond in de WETS is opgenomen om te voorkomen dat onduidelijkheid bestaat over welke uitspraak erkend en ten uitvoer moet worden gelegd en gesteld noch gebleken is dat een dergelijke onduidelijkheid zich in het onderhavige geval voordoet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2533d96f2ec960ac8b81c3b8c1ad484f1498f55b69361a0d63566a569423d68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2533d96f2ec960ac8b81c3b8c1ad484f1498f55b69361a0d63566a569423d68, en de alinea staat in dat document op bytes 28499 tot 30587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2533d96f2ec960ac8b81c3b8c1ad484f1498f55b69361a0d63566a569423d68 | shasum -a 256