Citaat | Rechtbank Den Haag 19 februari 2016
Onder 3.4 Rechtbank Den Haag 19 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 19 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:10607.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder, zoals hiervoor overwogen, de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot 20 juli 2012 en de aanvraag om verlenging van de verleende verblijfsvergunning dan wel om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, afgewezen. Verweerder heeft aan dit besluit ten grondslag gelegd dat de grond voor de verlening van de verblijfsvergunning is komen te vervallen en dat eiser op grond van zijn relaas dat hij in 2009 naar voren heeft gebracht, dan wel op grond van zijn (aanvullende) relaas dat hij in 2013 naar voren heeft gebracht en op grond van de huidige algehele situatie in Libië, niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op één van de gronden bedoeld in artikel 29, eerste lid, Vw. Daarbij heeft verweerder aan eiser artikel 31, tweede lid, aanhef en onder c en f, Vw, tegengeworpen en zich op het standpunt gesteld dat het asielrelaas en de aanvulling daarop positieve overtuigingskracht ontberen. 3.5 Bij het aanvullende besluit heeft verweerder ter beantwoording van de vraag of op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meer andere grond(en) voor verlening als bedoeld in artikel 29, eerste of tweede lid, Vw van toepassing waren, de motivering van het bestreden besluit aangevuld en gewijzigd. Verweerder heeft met het oog op het door de rechtbank thans op grond van artikel 83a Vw te verrichten volledige onderzoek het asielrelaas van eiser (alsnog) integraal beoordeeld conform Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire (WBV) 2014/36 en Werkinstructie 2014/10. Verweerder heeft, op grond van voormelde integrale beoordeling van het relaas, in het relaas van eiser de volgende relevante elementen onderscheiden: a) de identiteit en nationaliteit van eiser; b) de detentie tijdens de dienstplicht en c) de dienstweigering. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser in het kader van het onder a. genoemde relevante element onvoldoende documenten heeft ingebracht, maar acht dit relevante element wel geloofwaardig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61d521093b1c70adace7bfe3bbaf70ba0d79f935b38f975d250466e6f4bea667. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61d521093b1c70adace7bfe3bbaf70ba0d79f935b38f975d250466e6f4bea667, en de alinea staat in dat document op bytes 16340 tot 18506.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61d521093b1c70adace7bfe3bbaf70ba0d79f935b38f975d250466e6f4bea667 | shasum -a 256