Citaat | Rechtbank Den Haag 19 februari 2016
Onder 5.2.1 Rechtbank Den Haag 19 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 19 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:10607.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser zijn stelling dat hij geen gehoor heeft gegeven aan de oproep voor de jaarlijkse herhalingsoefening en daardoor werd gezocht, niet heeft onderbouwd. De enkele stelling dat zijn broer bij de [beroep] werkte en hem vertelde dat hij werd gezocht en dat zijn broer arrestatiebevelen die tegen hem werden uitgevaardigd, verscheurde, is onvoldoende. Aan het door eiser overgelegde document, ter onderbouwing van zijn stelling dat zijn broer bij de [beroep] werkte, kan geen waarde worden gehecht, omdat het een kopie betreft, zodat de authenticiteit niet kan worden vastgesteld. Voorts zijn de verklaringen van eiser dat zijn broer arrestatiebevelen tegenhield en dat om die reden zijn desertie onbekend was en hij vrij Libië in en uit kon reizen, niet geloofwaardig. Deze verklaringen rijmen immers niet met zijn verklaring dat hij in 2001 tijdens een reis naar [land] niet werd gecontroleerd omdat dit aan het begin van zijn desertie was en deze derhalve nog niet bekend was en met zijn verklaring dat hij gewoon geluk had. Voorts rijmt de verklaring van eiser dat zijn broer in staat was om zelf of via connecties arrestatiebevelen tegen te houden ook niet met de verklaring van eiser dat zijn broer anderzijds niet in staat was om een vrijstelling van de dienstplicht voor eiser te regelen. Dit is des te meer bevreemdend omdat eiser ook heeft verklaard dat dit via connecties te regelen is. De verklaring van eiser daarvoor dat zijn broer nog in de [fase] fase zat, rijmt niet met de invloed die dezelfde broer blijkbaar wel kon aanwenden in het stil houden van de desertie van eiser en het tegenhouden van arrestatiebevelen gedurende meer dan zes jaar. Nu eiser zich niet onverwijld heeft gemeld, maar eerst twee jaar in Nederland in de illegaliteit heeft verbleven, kan hem het voordeel van de twijfel reeds hierom niet worden gegeven. Het is verder niet geloofwaardig dat iemand die gezocht wordt wegens dienstplichtontduiking, zijn paspoort kan verlengen en op legale wijze uit kan reizen, aangezien men in Libië een actief opsporingsbeleid had voor dienstweigeraars. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij gedurende een jaar naar [land] reisde om goederen in te kopen, welke hij in Libië verkocht. De stelling dat eiser niet gecontroleerd is en geluk had, is onvoldoende en komt niet overeen met hetgeen bekend is en met het gestelde tijdens het eerste gehoor. Eiser heeft immers verklaard dat hij werd gecontroleerd en dat hem werd gevraagd de militaire situatie aan te tonen, maar dan beloofde hij dat hij dat zou doen en gebeurde er verder niets. Voorgaande nog afgezien van de omstandigheid dat niet valt in te zien dat iemand die weet dat hij gezocht wordt het risico neemt om terug te reizen naar Libië. Ook heeft eiser verklaard dat hij in 2002 nog een verlenging van het paspoort heeft gekregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61d521093b1c70adace7bfe3bbaf70ba0d79f935b38f975d250466e6f4bea667. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61d521093b1c70adace7bfe3bbaf70ba0d79f935b38f975d250466e6f4bea667, en de alinea staat in dat document op bytes 28166 tot 31054.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61d521093b1c70adace7bfe3bbaf70ba0d79f935b38f975d250466e6f4bea667 | shasum -a 256