Citaat | Rechtbank Den Haag 19 februari 2016

Onder 5.2.6 Rechtbank Den Haag 19 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 19 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:10607.

Reeds op grond van het voorgaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden geconcludeerd dat de dienstweigering ongeloofwaardig is, zodat hetgeen eiser verder in dit verband heeft aangevoerd, geen bespreking meer behoeft. 6. Eiser heeft daarnaast het standpunt van verweerder bestreden, dat het relaas van eiser betreffende zijn broers, dat hij in 2013 naar voren heeft gebracht, te weten dat drie broers van hem behoorden tot het regime van Gadaffi en dat om die reden de hele familie wordt bedreigd door allerlei milities, niet geloofwaardig is. Eiser heeft bij zijn aanvraag (in 2009) slechts over één van zijn broers gesproken, omdat die hem vanwege zijn werk bij de [beroep] heeft kunnen helpen. Vanwege de gewijzigde situatie in Libië heeft eiser naar aanleiding van het voornemen van verweerder om zijn verblijfsvergunning in te trekken (in 2013) aangegeven dat zijn twee andere broers lid waren van twee milities ( [namen] ) die het Gadaffi regime steunden en nu al lange tijd vermist worden. Ook zijn derde broer heeft tijdens de revolutie tegen de rebellen gestreden. Er bestaan geen documenten die bewijzen dat zij hebben deelgenomen aan de milities en dat zij vermist worden of dood zijn. Van eiser kan, nu het Gadaffi regime niet meer aan de macht is, niet gevergd worden daar documenten van te overleggen. De omstandigheid dat zijn drie broers verbonden zijn aan het Gadaffi regime, maakt dat hij met het Gadaffi regime in verband kan worden gebracht en maakt dat hij behoort tot een specifieke kwetsbare groep van (vermeende) Gadaffi aanhangers, in welk verband hij een risico loopt bij terugkeer naar Libië. 6.1 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser zijn verklaringen ten aanzien van de problemen die zijn broers zouden hebben ondervonden, omdat ze onderdeel uitmaakten van het regime van Gadaffi, niet heeft onderbouwd met (originele) documenten, noch anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Verder bevreemdt het dat eiser eerst bij het aanvullende gehoor in 2013 heeft verklaard dat er drie broers waren die posities binnen legeronderdelen van het Gadaffi regime vervulden, doch dat hij tijdens de eerdere gehoren bij gelegenheid van zijn aanvraag (in 2009) slechts heeft gesproken over één broer die een functie binnen het regime vervulde. Eiser heeft ook deze verklaringen niet onderbouwd met (originele) documenten noch anderszins aannemelijk gemaakt. Het document inzake zijn broer [naam 1] , ter onderbouwing van zijn stelling dat deze broer bij de [beroep] werkte, betreft geen origineel document, zodat daaraan geen waarde kan worden gehecht. Overigens staat in dit document vermeld dat deze broer reeds in [periode 2] 2010 – derhalve ruim voor de revolutie – uit het legeronderdeel is vertrokken, zodat dit document zijn verklaring dat zijn broer tijdens de revolutie tegen de rebellen zou hebben gestreden, niet onderbouwt. De stelling dat hij vanwege zijn broers wordt beschouwd als een Gadaffi aanhanger baseert eiser volledig op zijn asielrelaas, dat niet geloofwaardig is bevonden. Voorts heeft eiser deze stelling ook niet op andere wijze aannemelijk gemaakt, noch nader onderbouwd, noch nader geconcretiseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61d521093b1c70adace7bfe3bbaf70ba0d79f935b38f975d250466e6f4bea667. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61d521093b1c70adace7bfe3bbaf70ba0d79f935b38f975d250466e6f4bea667, en de alinea staat in dat document op bytes 37287 tot 40552.