Citaat | Rechtbank Den Haag 6 september 2016

Onder 6.3. Rechtbank Den Haag 6 september 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 6 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:10737.

13. Voor zover eiser heeft betoogd dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege de slechte sociaal- economische omstandigheden in het Palestijnse vluchtelingen kamp in Libanon, overweegt de rechtbank het volgende. Discriminatie kan pas als grond voor vervolging in de zin van het vluchtelingenverdrag worden aangemerkt indien de discriminatoire bejegening van zodanig substantiële aard is dat het leven van de vreemdeling onhoudbaar is geworden. Dit betekent dat een normaal functioneren op maatschappelijk en sociaal gebied niet langer mogelijk is. Hoewel de Palestijnse kampen problemen kennen op het gebied van veiligheid en justitie en de humanitaire omstandigheden schijnend zijn, zoals uit de overgelegde rapporten blijkt, en daarnaast de komst van een groot aantal Syrische vluchtelingen ervoor heeft gezorgd dat de beperkte middelen moeten worden gedeeld met een groter aantal mensen, is de rechtbank van oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat bij vertrek naar Libanon sprake zal zijn van een zodanige systematische, zeer ingrijpende bejegening van discriminatoire aard dat een normaal functioneren op maatschappelijk en sociaal gebied niet langer mogelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a0908fe08de358ab1aa631f50ff8ddd53e137012db81406a13d3be9d027be9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a0908fe08de358ab1aa631f50ff8ddd53e137012db81406a13d3be9d027be9d, en de alinea staat in dat document op bytes 26223 tot 27435.