Citaat | Rechtbank Den Haag 12 juli 2016

Alinea 30 Rechtbank Den Haag 12 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 12 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:10749.

12. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Daarbij merkt de rechtbank de zaak van eiser en de zaak van zijn echtgenote (SGR 15/9463) aan als samenhangend in de zin van artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op in totaal € 1.238 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van € 246, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 496, wegingsfactor 1 en factor 1 wegens samenhang). Daarvan wordt de helft, zijnde € 619, aan eiser toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74b7665b28d0379daf48157ae2373bacd4d1c6d336cd944140ce632d71900026. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74b7665b28d0379daf48157ae2373bacd4d1c6d336cd944140ce632d71900026, en de alinea staat in dat document op bytes 12829 tot 13593.