Citaat | Rechtbank Den Haag 16 september 2016
Onder 4.5. Rechtbank Den Haag 16 september 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 16 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:11178.
Vooropgesteld wordt dat een vreemdeling niet mag worden uitgezet op het moment dat er een uitleveringsverzoek aanhangig is. Daarvan was op het moment van uitlevering echter nog geen sprake. Immers, de uitvaardiging van een internationaal arrestatiebevel en een indictment kan niet op één lijn worden gesteld met een verzoek tot uitlevering als bedoeld in artikel 18 van de Uitleveringswet. Dat in het internationale arrestatiebevel wordt verwezen naar het moment van uitlevering (‘at the time of his extradiction’) en naar ‘the Law (…) relating to the transfer of cases tot he Republic of Rwanda’ is hiervoor onvoldoende. Vereist is dat er door Rwanda expliciet om uitlevering wordt verzocht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e9489dfebfc1b191ea798b68137c6cc09fc0051a0261039dca7cea208ed4e71. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e9489dfebfc1b191ea798b68137c6cc09fc0051a0261039dca7cea208ed4e71, en de alinea staat in dat document op bytes 29448 tot 30166.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e9489dfebfc1b191ea798b68137c6cc09fc0051a0261039dca7cea208ed4e71 | shasum -a 256