Citaat | Rechtbank Den Haag 3 februari 2016
Onder 4.2. Rechtbank Den Haag 3 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 3 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1207.
Volgens vaste jurisprudentie is ten aanzien van geldvorderingen in kort geding terughoudendheid geboden. Zo zal niet alleen moeten worden onderzocht of het bestaan van de vordering in kwestie voldoende aannemelijk is - wat betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen - maar ook of daarnaast sprake is van feiten en/of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico betrokken dient te worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d463a67d085afcba15a0695158b9557e8c5a79e20507c06028fd9264f6474c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d463a67d085afcba15a0695158b9557e8c5a79e20507c06028fd9264f6474c0, en de alinea staat in dat document op bytes 14124 tot 14737.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d463a67d085afcba15a0695158b9557e8c5a79e20507c06028fd9264f6474c0 | shasum -a 256