Citaat | Rechtbank Den Haag 3 februari 2016

Onder 4.7. Rechtbank Den Haag 3 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 3 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1207.

Het gevorderde verbod om uitkeringen te doen aan winnaars van prijzen in de staatsloterij en afdrachten te verrichten aan de Staat strekt er - blijkens (het petitum van) de dagvaarding - uitsluitend toe om de voldoening door SENS van de (buitengerechtelijke) kosten van Loterijverlies zeker te stellen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de vordering sub I volgt dat niet - met voldoende zekerheid - kan worden vastgesteld of - en zo ja, tot welk bedrag - SENS de (buitengerechtelijke) kosten van Loterijverlies moet vergoeden en dat om die reden de vordering tot betaling van een voorschot op die vergoeding wordt afgewezen. In die situatie is ook geen plaats voor toewijzing van de onderhavige vordering. Daar komt bij dat SENS op grond van de Wet op de kansspelen (i) tenminste 60% van de door de deelnemers betaalde inleg aan prijzen moet uitloven [art. 8 lid 2] en (ii) de opbrengst van de staatsloterij - na aftrek van de prijzen en kosten - jaarlijks dient af te dragen aan de Staat [art. 9 lid 2]. Toewijzing van de onderhavige vordering zou dus betekenen dat SENS wordt veroordeeld om in strijd met de wet te handelen. Dat kan niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d463a67d085afcba15a0695158b9557e8c5a79e20507c06028fd9264f6474c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d463a67d085afcba15a0695158b9557e8c5a79e20507c06028fd9264f6474c0, en de alinea staat in dat document op bytes 17552 tot 18724.