Citaat | Rechtbank Den Haag 7 oktober 2016
Onder 5.4 Rechtbank Den Haag 7 oktober 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 7 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12072.
Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in de uitspraak van 30 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:833) heeft geoordeeld, is de aldus gemotiveerde keuze om artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Marktverordening dwingend te formuleren en geen hardheidsclausule op te nemen voldoende onderbouwd en niet onredelijk. De Afdeling heeft geoordeeld dat geen grond bestaat voor het oordeel dat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Marktverordening in strijd is met een hoger wettelijk voorschrift, dan wel een algemeen rechtsbeginsel en dat de bepaling de voormelde weergegeven terughoudende toets kan doorstaan. Eisers vergelijking met de korter durende sluiting van winkels en cafés bij de constatering van drugsdelicten of overtredingen van de Wav, kan eiser naar het oordeel van de rechtbank niet baten, nu hierbij andere factoren van belang zijn dan het belang van een veilige, eerlijke, transparante en ondernemers- en consumentvriendelijke markt zonder oneerlijke concurrentie; het transparante karakter van een markt is (onder meer) als onderscheidend aan te merken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0df1b7a71459b628ec4856e458c62dd81694cf24805765b3919d3b92bb50e63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0df1b7a71459b628ec4856e458c62dd81694cf24805765b3919d3b92bb50e63, en de alinea staat in dat document op bytes 11266 tot 12395.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0df1b7a71459b628ec4856e458c62dd81694cf24805765b3919d3b92bb50e63 | shasum -a 256