Citaat | Rechtbank Den Haag 31 oktober 2016

Onder 3.2. Rechtbank Den Haag 31 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 31 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14111.

Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan. Nationale-Nederlanden dient de schade te vergoeden op basis van de verzekeringsovereenkomst tussen partijen, die geldig is met ingang van 16 oktober 2015, op grond waarvan er voorlopige dekking is verleend voor brandschade voor de duur van twee maanden. Deze overeenkomst is tot stand gekomen zonder dat er aan [eiseres] vragen zijn gesteld omtrent, kort gezegd, enig strafrechtelijk verleden. In dit kader geldt geen spontane mededelingsplicht en een mogelijk aanwezig strafrechtelijk verleden van [B] heeft dan ook geen consequentie voor het bestaan en de omvang van de voorlopige dekking. Subsidiair heeft ten aanzien van de diverse aanvraagformulieren en de beantwoording van de daarop vermelde vragen over, kort gezegd, het strafrechtelijk verleden het volgende te gelden. [B] heeft de in de aanvraagformulieren van 3 oktober 2012 en 23 oktober 2015 gestelde vragen over het strafrechtelijk verleden (die hetzelfde luiden) mogen opvatten zoals hij heeft gedaan, zodat hij deze terecht met nee heeft beantwoord. Hij heeft van Univé begrepen dat het ging om contacten met politie en justitie in een periode van drie jaar daarvoor. Voorts heeft hij niet begrepen dat deze vragen ook betrekking hadden op een aanhouding waarop een sepot was gevolgd en evenmin op een incident dat heeft geleid tot een taakstraf van 40 uur. De lay-out van de vragen is verwarrend, zodat niet duidelijk is dat de toelichting ook betrekking heeft op de laatste vraag over het strafrechtelijk verleden. Voorts is die vraag onvoldoende duidelijk en concreet, terwijl het op de weg van Nationale-Nederlanden ligt om een dergelijke vraag in niet voor misverstand vatbare termen te stellen. [B] wist voorts niet dat de betreffende feiten voor Nationale-Nederlanden van belang waren en had dan ook niet de bedoeling Nationale-Nederlanden te misleiden. Overigens heeft Nationale-Nederlanden ook niet voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de verzekering bij kennis van het juiste antwoord niet zou hebben gesloten. Het aanvraagformulier van februari 2015 heeft [eiseres] pas een week voor de zitting voor het eerst gezien. Hier is het nodige op aan te merken, hetgeen maakt dat de beantwoording van de vraag naar het strafrechtelijke verleden die hierop is vermeld, niet aan [eiseres] kan worden tegengeworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b7cb156a154d79410811b46a2e27f39f5a8477a76a57312d0095a4f45aa7307. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b7cb156a154d79410811b46a2e27f39f5a8477a76a57312d0095a4f45aa7307, en de alinea staat in dat document op bytes 21642 tot 24015.