Citaat | Rechtbank Den Haag 31 oktober 2016

Onder 4.4. Rechtbank Den Haag 31 oktober 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 31 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14111.

Voor zover [eiseres] aan het vorenstaande het handelen van Univé en haar onjuiste dan wel onduidelijke uitlatingen jegens [eiseres] ten grondslag heeft gelegd, wordt daaraan voorbij gegaan, omdat dat in de relatie tussen [eiseres] en Nationale-Nederlanden voor rekening van [eiseres] komt. Verder is volgens [eiseres] de vraag naar het strafrechtelijk verleden in het aanvraagformulier van 3 oktober 2012 niet onjuist beantwoord, omdat [B] bij de beantwoording van die vraag de situatie van [A] voor ogen had en het antwoord ook op hem betrekking diende te hebben, omdat hij toen nog de bestuurder van [eiseres] was. Dat valt echter niet in te zien, nu [B] zichzelf als aanvrager op het aanvraagformulier van 3 oktober 2012 heeft vermeld (hetgeen de voorzieningenrechter ook niet onbegrijpelijk voorkomt, aangezien hij volledig gevolmachtigd bedrijfsleider was). Bij de vraag over het strafrechtelijk verleden staat voorts als toelichting vermeld dat bij die vraag feiten dienen te worden vermeld over (onder meer) de aanvrager.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b7cb156a154d79410811b46a2e27f39f5a8477a76a57312d0095a4f45aa7307. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b7cb156a154d79410811b46a2e27f39f5a8477a76a57312d0095a4f45aa7307, en de alinea staat in dat document op bytes 27940 tot 28987.