Citaat | Rechtbank Den Haag 17 november 2016

Alinea 29 Rechtbank Den Haag 17 november 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 17 november 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14425.

Het geschil tussen partijen betreft in de kern de vraag of bij het toepassen van de erkenningsregel van artikel 10:101 BW (en de voorheen geldende gelijkluidende ongeschreven regels van internationaal privaatrecht) het toetsen van de geldigheid van het aan de afstamming ten grondslag liggende huwelijk al dan niet een zelfstandig vereiste zou moeten zijn. De rechtbank heeft in de tussenbeschikking overwogen dat zij voornemens is prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad, nu het antwoord op die vragen nodig is om op het verzoek te beslissen en dit antwoord bovendien rechtstreeks van belang is voor de beslechting van talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen, waarin zich dezelfde vragen voordoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9641d8552ced980b9cbf22ff76540bedb6699d6c7303750f43f93838964cebe8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9641d8552ced980b9cbf22ff76540bedb6699d6c7303750f43f93838964cebe8, en de alinea staat in dat document op bytes 7014 tot 7761.