Citaat | Rechtbank Den Haag 11 oktober 2016
Onder 7.4 Rechtbank Den Haag 11 oktober 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 11 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14921.
De rechtbank stelt vast dat in de brief van [bedrijf] van 10 augustus 2012, die aan het BMA-advies van 3 januari 2013 ten grondslag is gelegd, het volgende staat vermeld: ‘ Eerder heeft betrokkene een suïcidepoging gedaan door uit een raam te willen springen’ . In de aanvullende nota van het BMA van 31 juli 2015 wordt dit incident als een suïcidale geste gekwalificeerd. De rechtbank overweegt dat de medisch adviseur ter onderbouwing van deze kwalificatie heeft verwezen naar twee andere brieven van [bedrijf], van 4 juli 2012 en 15 oktober 2012, waarin met betrekking tot hetzelfde incident ook van een suïcidale geste wordt gesproken. Gelet daarop kan uit de omstandigheid dat de medisch adviseur het incident in zijn advies van 31 juli 2015 als suïcidale geste kwalificeert, niet worden afgeleid dat de medisch adviseur aan het incident te weinig waarde heeft gehecht. Bovendien kan, anders dan eiser heeft betoogd, uit het advies niet worden afgeleid dat sprake moet zijn van een daadwerkelijke suïcidepoging voordat wordt uitgegaan van suïcidegevaar. De conclusie van het BMA in het advies van 22 mei 2015, dat niet te verwachten valt dat bij uitblijven van de behandeling op korte termijn een medische noodsituatie zal optreden, berust immers niet op de kwalificatie van het incident als suïcidale geste maar op een beoordeling van eisers actuele medische situatie. Daarbij heeft de medisch adviseur betrokken dat het depressieve beeld niet meer actueel is, dat er sinds het advies van 28 februari 2013 geen concrete suïcideplannen meer zijn opgetekend, dat er geen dissociatieve verschijnselen meer zijn en dat eiser geen intensieve psychotherapie meer ondergaat maar alleen nog medicamenteus door de huisarts wordt behandeld. Nu eiser geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat deze overwegingen onjuist zijn, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het advies van het BMA niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Dat de beoordeling van het BMA niet zou overeenkomen met de Richtlijn Suïcidaal Gedrag van het Trimbos Instituut, zoals eiser nog heeft aangevoerd, is onvoldoende voor die conclusie. Uit het voorgaande volgt dat verweerder niet in strijd met de vergewisplicht heeft gehandeld en het BMA advies van 22 mei 2015, zoals aangevuld bij nota van 31 juli 2015, ten grondslag heeft kunnen leggen aan het bestreden besluit. De beroepsgrond faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b16c018d4ff5444c16db7a39e18f751bd147aae2bd522d476be227586a834d00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b16c018d4ff5444c16db7a39e18f751bd147aae2bd522d476be227586a834d00, en de alinea staat in dat document op bytes 27480 tot 29936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b16c018d4ff5444c16db7a39e18f751bd147aae2bd522d476be227586a834d00 | shasum -a 256