Citaat | Rechtbank Den Haag 21 januari 2016

Onder 6.6.5 Rechtbank Den Haag 21 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 21 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1529.

Voor zover is betoogd dat de beschuldigingen zijn gefabriceerd en dat er onvoldoende bewijs is voor de feiten waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht, stelt de rechtbank voorop dat de twee indictments en de daaraan ten grondslag liggende verdenking zijn getoetst door een onafhankelijke rechter in Georgië, die op basis daarvan de voorlopige hechtenis van de opgeëiste persoon heeft bevolen. De rechtbank merkt op dat de vraag of het voorhanden bewijsmateriaal voldoende is om uiteindelijk een veroordeling te kunnen dragen niet ter beoordeling van de uitleveringsrechter staat, maar in een eventuele strafzaak van de opgeëiste persoon in Georgië aan de orde zal komen. Die rechter zal ook hebben te oordelen over de betrouwbaarheid van (getuigen)bewijs. Overigens sluiten de door de opgeëiste persoon overgelegde getuigenverklaringen en stukken, voor zover inhoudende dat de feiten niet door de opgeëiste persoon zijn begaan, de betrokkenheid bij de hem verweten feiten niet zonder meer uit, zonder daarbij in de waardering van het bewijs te treden. De rechtbank komt tot de conclusie dat zij door hetgeen is aangevoerd in ieder geval niet onverwijld tot de overtuiging is gekomen dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake kán zijn van een vermoeden van schuld aan hetgeen hem door de verzoekende staat wordt verweten.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec26f433cadd05305cbe4d51d22a3ca21cf20670c1952c457ade7b7a19dd60f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec26f433cadd05305cbe4d51d22a3ca21cf20670c1952c457ade7b7a19dd60f, en de alinea staat in dat document op bytes 16922 tot 18341.