Citaat | Rechtbank Den Haag 21 januari 2016

Onder 2.5. Rechtbank Den Haag 21 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 21 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1529.

De rechtbank wijst bijvoorbeeld op wat in de pleitaantekeningen van eisers raadslieden in de uitleveringszaak naar voren is gebracht over de verklaringen van [C], de persoon die volgens de indictment van 6 maart 2013 is gefolterd. De raadslieden wijzen erop dat [K] aanvankelijk heeft verklaard dat hij op 2 januari 2011 is gearresteerd en dat hij zich dit nog goed kan herinneren, aangezien het de dag na nieuwjaar was en hij op dat moment nog een kater had. Na zijn arrestatie zou hij zijn vastgehouden voor een periode van 8-9 dagen, wat zou betekenen dat hij heeft vastgezeten tussen 2 en 10-11 januari 2011. De vrouw en dochter van [K] hebben bevestigd dat hij werd gearresteerd op 2 januari 2011. Echter, toen later bleek dat [K] op 2 januari 2012 nachtdienst had, heeft hij zijn verklaring aangepast en heeft hij te kennen gegeven dat hij op 4 januari 2011 is gearresteerd. Zijn vrouw en dochter werden nogmaals gehoord en ook zij gaven te kennen dat zij eerder foutief hadden verklaard en dat [K] op 4 januari 2011 is gearresteerd. Daarbij wijzen de raadslieden er tevens op dat het uitleveringsverzoek vermeldt dat de wederrechtelijke vrijheidsberoving van 4 tot 8 januari 2011 heeft geduurd, wat niet strookt met de verklaring van [K] dat de detentie 8-9 dagen heeft geduurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ec26f433cadd05305cbe4d51d22a3ca21cf20670c1952c457ade7b7a19dd60f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ec26f433cadd05305cbe4d51d22a3ca21cf20670c1952c457ade7b7a19dd60f, en de alinea staat in dat document op bytes 27584 tot 28882.