Citaat | Rechtbank Den Haag 17 februari 2016
Onder 4.7. Rechtbank Den Haag 17 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 17 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1579.
22 augustus 2013, ziet de rechtbank onvoldoende aanknoping om erkenning als bedoeld in artikel 3:318 BW aan te nemen. 4.8. Overigens zou ook indien de brief 13 januari 2004 van de advocaat van [eiser] aan de Staat met een uitdrukkelijke aansprakelijkstelling (2.24) in het kader van de in artikel 3:310 lid 1 BW genoemde criteria tot uitgangspunt wordt genomen en de verjaringstermijn dus de dag na 13 januari 2004 aanvangt, de vordering zijn verjaard. De advocaat van [eiser] heeft immers bij eerdergenoemde brief van 22 augustus 2008 de verjaring weliswaar gestuit, maar de toen aangevangen nieuwe verjaringstermijn is vervolgens op 22 augustus 2013 afgelopen zonder dat in de tussenliggende periode opnieuw is gestuit (zie hiervoor).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b44a1ecec0e299887eb217b9c95990ad0213107054c0434612985329d5b79f3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b44a1ecec0e299887eb217b9c95990ad0213107054c0434612985329d5b79f3a, en de alinea staat in dat document op bytes 45714 tot 46477.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b44a1ecec0e299887eb217b9c95990ad0213107054c0434612985329d5b79f3a | shasum -a 256