Citaat | Rechtbank Den Haag 17 februari 2016

Onder 4.11. Rechtbank Den Haag 17 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 17 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1579.

Wel zou, ook in het geval de schadevergoedingsvordering niet was verjaard en daargelaten de beoordeling van de gestelde onrechtmatige daad en aansprakelijkheid, toewijzing van het grootste deel van die vordering reeds afstuiten op een gebrek aan onderbouwing daarvan. Dat gebrek aan onderbouwing, dat in het arrest van het EHRM van 14 februari 2012 al werd gesignaleerd (zie 2.17), is in de civiele procedure niet geheeld. Er zijn, kort gezegd, door [eiser] onvoldoende feiten en omstandigheden, al dan niet gestaafd met stukken, naar voren gebracht waaruit het causaal verband tussen het door [eiser] gestelde onrechtmatig handelen van de Staat en (het merendeel van) de schadeposten kan worden afgeleid en evenmin is de hoogte van de schade met stukken toegelicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b44a1ecec0e299887eb217b9c95990ad0213107054c0434612985329d5b79f3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b44a1ecec0e299887eb217b9c95990ad0213107054c0434612985329d5b79f3a, en de alinea staat in dat document op bytes 49073 tot 49865.