Citaat | Rechtbank Den Haag 17 februari 2016
Onder 4.7. Rechtbank Den Haag 17 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 17 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1621.
In het arrest van 29 juni 2012 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor toewijsbaarheid van een vordering gericht op vergoeding van immateriële schade door aantasting in de persoon uitgangspunt is dat de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen (NJ 2010/410, onderdeel 3.5). De Hoge Raad heeft een uitzondering op dit uitgangspunt geformuleerd, die erop neerkomt dat ook sprake kan zijn van een aantasting in de persoon in geval van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (vgl. HR 1 november 1991, NJ 1992/58). Het vaststellen van psychische schade is daarbij niet nodig, HR 9 juli 2004, NJ 2005/391.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fa5d47d5aa03f9e3e769493e2fab6e67db1d78d3c634a0881afbcea75cc66c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fa5d47d5aa03f9e3e769493e2fab6e67db1d78d3c634a0881afbcea75cc66c1, en de alinea staat in dat document op bytes 16138 tot 16767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fa5d47d5aa03f9e3e769493e2fab6e67db1d78d3c634a0881afbcea75cc66c1 | shasum -a 256