Citaat | Rechtbank Den Haag 17 februari 2016
Onder 4.9. Rechtbank Den Haag 17 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 17 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1621.
De vraag of het EBI-regime in de onrechtmatige periode een ernstige inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] moet worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval. De rechtbank stelt voorop dat de omstandigheid dat [eiser] is veroordeeld tot een gevangenisstraf een rechtvaardiging vormt voor de inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer die inherent is aan detentie, ongeacht de aard van de instelling waar de detentie wordt ondergaan. Om gegeven deze rechtvaardiging vast te kunnen stellen of de inbreuk die het EBI-regime maakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] zodanig ernstig is dat als gevolg daarvan een aanspraak op een immateriële schadevergoeding ontstaat, moet een vergelijking worden gemaakt tussen het EBI-regime dat voor [eiser] gold in de onrechtmatige periode en het GVM-regime dat nadien voor hem gold in penitentiaire inrichting Leeuwarden. Tussen partijen is immers niet in geschil dat [eiser] , ook als hij op een eerder tijdstip vanuit de EBI naar een normaal beveiligde inrichting was overgeplaatst, op de GVM-lijst was geplaatst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fa5d47d5aa03f9e3e769493e2fab6e67db1d78d3c634a0881afbcea75cc66c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fa5d47d5aa03f9e3e769493e2fab6e67db1d78d3c634a0881afbcea75cc66c1, en de alinea staat in dat document op bytes 18171 tot 19281.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fa5d47d5aa03f9e3e769493e2fab6e67db1d78d3c634a0881afbcea75cc66c1 | shasum -a 256