Citaat | Rechtbank Den Haag 17 februari 2016
Onder 4.20. Rechtbank Den Haag 17 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 17 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1621.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Staat. De rechtbank begroot deze kosten op € 1.909 aan griffierecht en € 1.130 aan salaris advocaat (2,5 punten, tarief II, € 452), totaal € 3.039, te vermeerderen met de onweersproken gevorderde wettelijke rente. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, NJ 2011/237).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fa5d47d5aa03f9e3e769493e2fab6e67db1d78d3c634a0881afbcea75cc66c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fa5d47d5aa03f9e3e769493e2fab6e67db1d78d3c634a0881afbcea75cc66c1, en de alinea staat in dat document op bytes 25866 tot 26390.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fa5d47d5aa03f9e3e769493e2fab6e67db1d78d3c634a0881afbcea75cc66c1 | shasum -a 256