Citaat | Rechtbank Den Haag 20 januari 2016
Onder 2.4. Rechtbank Den Haag 20 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16834.
Op verzoek van [eiser] heeft Onderwater c.s. een prijsopgave/offerte opgesteld, die op 18 juni 2010 aan [eiser] is toegezonden. Onderwater c.s. ging uit van dezelfde opdrachtgever als voorheen en richtte de offerte aan Rembrandtpark Beheer B.V. [eiser] heeft daarop niet gereageerd met de mededeling, dat niet hij of Rembrandtpark Beheer B.V. de opdrachtgever was, maar [betrokkene] /Euraco. Toen de offerte werd uitgebracht had Onderwater c.s. al de nodige werkzaamheden verricht. De offerte werd akkoord bevonden. Vervolgens heeft Onderwater c.s. het bouwplan verder ontworpen, in verband waarmee onder meer tekeningen zijn vervaardigd en presentatie-impressies. Het ontwerp-bouwplan is op of omstreeks juli 2010 bij de gemeente ingediend en is door de gemeente doorgezonden naar Welstand. Nadien heeft Welstand het bouwplan goedgekeurd op 25 augustus 2010. Onderwater c.s. heeft op 2 november 2010, 1 februari 2011 en 2 maart 2011 in totaal vijf facturen ingediend bij Euraco B.V. Op de facturen wordt verwezen naar de prijsopgave van 18 juni 2010. [eiser] heeft Onderwater c.s. verzocht om de facturen op naam te zetten van Euraco B.V. [eiser] was wel degelijk direct betrokken bij de voorbereiding en het ontwerp van het nieuwbouwplan. Onderwater c.s. heeft ook steeds met hem daarover gecommuniceerd. In de periode dat de opdracht aan Onderwater c.s. werd verstrekt en de werkzaamheden ten behoeve van de indiening van het bouwplan bij de gemeente werden uitgevoerd, hebben noch [eiser] noch [betrokkene] ooit aan Onderwater c.s. verteld, dat [eiser] geen belang daarbij had en dat het complex zou worden verkocht aan Euraco B.V. Uit mailcorrespondentie tussen [eiser] en [betrokkene] blijkt dat [eiser] niet de waarheid spreekt. Uit de bij [betrokkene] ingewonnen informatie blijkt immers dat [eiser] in januari 2010 contact had met [betrokkene] over de door hem gewenste aankoop van diens complex aan de Ten Katestraat. [betrokkene] had [eiser] voorgesteld om een bespreking te plannen op 11 februari 2010. [eiser] zond die mail door aan [betrokkene] , waarin hij [betrokkene] verzoekt om hem te vergezellen bij die bespreking. Hij geeft in die mail aan dat hij het complex Ten Katestraat wil kopen. Hij stelt al circa 9 jaar bezig te zijn om dat complex te kopen, maar dat ze de hoofdprijs vragen. Dat gesprek vond op 11 februari 2010 plaats. [eiser] , [betrokkene] , [betrokkene] en diens architect [betrokkene] waren daarbij aanwezig. De volgende dag (12 februari 2010) zond [betrokkene] aan [betrokkene] nadere informatie over het nieuwbouwplan inzake de Ten Katestraat. Op verzoek van [eiser] heeft [betrokkene] een berekening gemaakt van de te verwachten stichtingskosten en van de te verwachten opbrengst na nieuwbouw, waarin hij aangeeft, dat een koopsom van € 800.000,- een net voorstel aan [betrokkene] zou zijn. Voorts legt Onderwater c.s. een mailbericht over van Han ( [eiser] ) aan Do ( [betrokkene] ) van 25 mei 2010, verzonden via het mailadres van Rembrandtpark Beheer, waaruit overduidelijk de betrokkenheid van [eiser] bij het beoogde nieuwbouwproject blijkt. Hij had een berekening gemaakt van de geschatte kosten van de sloop en herbouw van zijn complex en van de te verwachten opbrengst van de te stichten nieuwbouwappartementen bij verkoop. “Met een beetje geluk mag ik er 32 herbouwen in plaats van de 24 die er nu staan, omdat ik ook de vierde verdieping voor appartementen ga gebruiken.” En: “Ik stel voor op korte termijn een afspraak met het stadsdeel te maken. Voor Aldi is het grote voordeel dat er een totaal nieuwe winkel komt.” [eiser] was derhalve wel degelijk betrokken bij het nieuwbouwproject. Het was “zijn” project en hij was ook direct betrokken bij het plan om op de begane grond een supermarkt (Aldi) te vestigen. Hij stelt voor om op korte termijn een afspraak met het stadsdeel te maken. Op 30 mei 2010 zond [eiser] een mail aan [betrokkene] , waarin hij aandringt op spoed, omdat hij door de gedeeltelijke leegstand schade lijdt. Onderwater moet worden benaderd met het dringende verzoek om spoed te betrachten. Ook uit deze mail blijkt de directe betrokkenheid van [eiser] bij dit project. Hij is in afwachting van de deal met Lidl, de gemeente en [betrokkene] en Onderwater is de architect, die spoed moet betrachten, omdat [eiser] anders teveel schade lijdt. Op 28 juli 2010 zond [eiser] twee mails naar [betrokkene] . De eerste in de vroege ochtend, waarin [eiser] zich zorgen maakt over de Ten Katestraat. Het duurt allemaal te lang en hij noemt het risico, dat de bouwvergunning van [betrokkene] voor de Ten Katestraat wordt verleend en [betrokkene] zijn project verkoopt aan een aannemer, waardoor de vestiging van de supermarkt niet meer mogelijk zal zijn. [eiser] stelt voor om aan het Stadsdeel een principetoezegging te vragen inzake het door Onderwater ontworpen bouwplan. Euraco B.V. zou dat moeten vragen, dat zou leges besparen. Ook wordt voorgesteld om [betrokkene] te vragen wat de stand van zaken is. Hij doelt daarbij op het gesprek dat voordien had plaatsgevonden met [betrokkene] en [betrokkene] over de verkoop van het complex Ten Katestraat. Dat gesprek was op niets uitgelopen, omdat [betrokkene] naar de mening van [eiser] een veel te hoge koopsom vroeg. Bovendien boterde het niet tussen [eiser] en [betrokkene] , onder meer, omdat [eiser] één van de bezwaarmakers was geweest tegen het bouwplan van [betrokkene] , waardoor dat zeer was vertraagd. Om die reden stelt [eiser] in zijn mail aan [betrokkene] voor, dat [betrokkene] tegen [betrokkene] moet zeggen, dat hij overweegt om het project van [eiser] te kopen en dat samen te voegen met het project van [betrokkene] . [betrokkene] zou mogelijk wel erin slagen om zaken te doen met [betrokkene] . Het idee om [betrokkene] /Euraco er tussen te schuiven kwam derhalve van [eiser] . Onderwater c.s. stond daar volledig buiten. In zijn tweede mail van 28 juli 2010 geeft [eiser] aan met Teteroo te willen praten over de vraag welke rolverdeling “we gaan doen”. Hij denkt aan een onderhandse verkoop van het hele project aan Euraco B.V., maar zonder levering. Hij heeft vooral het probleem van de zittende huurders van de bovenwoningen op het oog in verband met de aan hen toekomende huurbescherming. Euraco B.V. zou moeten proberen om zoveel mogelijk woningen vanaf de tekening te verkopen en zou gemakkelijker de zittende huurders kunnen bewegen om “mee te doen”. Merquance B.V. en [betrokkene] zouden pas betaald moeten worden bij doorverkoop van de nieuwbouwwoningen aan appartementseigenaren. Uit deze mail blijkt evenzeer de directe betrokkenheid van [eiser] . Deze gedachten van [eiser] zijn nooit gedeeld met Onderwater c.s. Die betrokkenheid blijkt ook uit de mails van 2 augustus 2010 van [eiser] . Hij dringt aan op overleg en merkt op dat de kosten van Piet Onderwater uit de hand lopen. Dit dient te worden gekwalificeerd als een erkenning, dat [eiser] de eigenlijke opdrachtgever is van Onderwater c.s. [eiser] beschrijft twee varianten en komt tot de voorlopige conclusie dat sloop te duur is. Dat [eiser] wel degelijk de feitelijke opdrachtgever was, blijkt uit zijn mail van september 2010 aan Onderwater c.s., waarin [eiser] (namens Rembrandtpark Beheer B.V.) het verzoek doet om de nota’s inzake de splitsing van de Tweede Boerhaavestraat en inzake complex Wenslauerstraat op naam te zetten van Euraco B.V. [eiser] stelt dat Rembrandtpark Beheer B.V. de projectontwikkeling “van dat complex” niet doet. Uit de antwoordmail van Onderwater blijkt, dat hij het verzoek om de facturen op naam te zetten van Euraco B.V. niet goed begrijpt. Hij vraagt of de Wenslauerstraat in relatie met de “ten Caten straat” staat, waarop [eiser] antwoordt dat dat het geval is en dat Wenslauerstraat/Jan Hanzenstraat zijn (“mijn”) woningen met bedrijfsruimten betreft. [eiser] verzoekt Onderwater even geen uren meer te besteden aan het nieuwbouwplan totdat de gemeente dat heeft goedgekeurd. Hij garandeert de betaling van beide nota’s door Euraco B.V. Onderwater c.s. heeft daaruit afgeleid en mogen afleiden, dat [eiser] de feitelijke opdrachtgever was en dat Euraco B.V. er tussen werd geschoven, omdat de betalingen uit het bouwproject moesten verlopen via Euraco B.V. In de andere projecten, waarbij Onderwater c.s. was betrokken, was dat immers ook aldus geregeld. [eiser] vermeldt niet dat het project inzake Wenslauerstraat/Jan Hanzenstraat/Ten Katestraat niet zijn project was, maar eigenlijk het project van Merquance Beheer. Hij meldt dat het “zijn” woningen plus bedrijfsruimten betreft. En niet een project van Rembrandtpark Beheer B.V. Onderwater c.s. meende derhalve op goede gronden dat [eiser] de feitelijke opdrachtgever was, maar dat de facturen om administratieve redenen op naam van Euraco B.V. moesten worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788, en de alinea staat in dat document op bytes 16222 tot 25153.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788 | shasum -a 256