Citaat | Rechtbank Den Haag 20 januari 2016

Onder 2.4. Rechtbank Den Haag 20 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16834.

De conclusie uit het bovenstaande kan niet anders zijn, dan dat Onderwater c.s. op goede gronden heeft aangenomen en mogen aannemen, dat [eiser] de eigenlijke opdrachtgever was en dat het verzoek van [eiser] in zijn mail van 14 september 2010 om de nota’s te stellen op naam van Euraco B.V. werd gedaan om administratieve redenen zoals eerder was gebeurd. [eiser] heeft zelf verzuimd om aan Onderwater c.s. duidelijkheid te verschaffen over de identiteit van de opdrachtgever. Hij heeft nimmer aangegeven dat niet hij maar Merquance B.V. als opdrachtgeefster moest worden beschouwd. En aan Onderwater c.s. is nooit medegedeeld dat niet [eiser] de eigenlijke opdrachtgever zou zijn, maar Euraco B.V. Uit de mails van 14 september 2010 heeft Onderwater c.s. niet afgeleid en ook niet hoeven afleiden, dat Euraco B.V. de eigenlijke opdrachtgeefster zou zijn. Want als Onderwater c.s. Euraco B.V. als de eigenlijke opdrachtgeefster had moeten beschouwen, dan viel daarmee niet te rijmen dat [eiser] de betaling van de nota’s garandeerde. De verklaring van Onderwater van 23 januari 2012 was derhalve wel degelijk juist. Hij heeft juist verklaard dat [eiser] de opdrachtgever was geweest. Mede met het oog op het bovenstaande betwist Onderwater c.s. onrechtmatig te hebben gehandeld. Van het “moedwillig bewust opstellen van een onjuiste verklaring” is geen sprake geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788, en de alinea staat in dat document op bytes 27232 tot 28621.