Citaat | Rechtbank Den Haag 20 januari 2016
Onder 2.4. Rechtbank Den Haag 20 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16834.
Ook de redenering van [eiser] dat Onderwater’s verklaring hem zou belemmeren in zijn incassering van zijn vordering van € 40.000,-- op [betrokkene] , waardoor hij een schade zou lijden van “tenminste € 19.478,71”, is onbegrijpelijk. Die incassering betreft immers een geschil tussen [eiser] en [betrokkene] , waar Onderwater c.s. buiten staat. Indien [betrokkene] het verweer voert, dat hij de nota’s van Onderwater c.s. heeft betaald, en dat hij om die reden een tegenvordering heeft op [eiser] , dan zal [betrokkene] dat moeten stellen en bewijzen. [betrokkene] noch Euraco B.V. hebben de openstaande nota’s aan Onderwater c.s. betaald. [betrokkene] heeft dat wel toegezegd, omdat hij vindt dat Onderwater c.s. niet de dupe mag worden van het nare spel, zoals dat door [eiser] wordt gespeeld. Euraco B.V. zou dan op haar beurt het bedrag verhalen op [eiser] . Maar Euraco B.V. was vanuit financieel oogpunt nog niet in staat om die toezegging na te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788, en de alinea staat in dat document op bytes 30844 tot 31829.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788 | shasum -a 256