Citaat | Rechtbank Den Haag 20 januari 2016
Onder 2.6. Rechtbank Den Haag 20 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16834.
In de onderhavige zaak heeft [eiser] zijn vorderingen gebaseerd op feiten waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen en op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Zo stelt hij in de dagvaarding onder 4, dat [betrokkene] buiten hem en Merquance B.V. om in overleg is getreden met de eigenaren van het buurpand van Merquance B.V. ( [betrokkene] ) teneinde een grotere supermarkt te kunnen realiseren. De onwaarheid van die stelling heeft Onderwater c.s. aangetoond met de in conventie overgelegde producties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788, en de alinea staat in dat document op bytes 34703 tot 35283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a79f8ea5cee6be068238af984d9927bad2faa66efca2c51dc854ffa73e709788 | shasum -a 256