Citaat | Rechtbank Den Haag 9 maart 2016

Onder 4.7. Rechtbank Den Haag 9 maart 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 9 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:2480.

CBL wijst op het onder 2.20 aangehaalde persbericht en benadrukt ook in deze procedure dat het haar leden vrijstaat de campagne en de Code naast zich neer te leggen en andere maatregelen te nemen. Of en in hoeverre de campagne en de Code daadwerkelijk zijn of (moeten) worden opgevolgd, is echter niet doorslaggevend voor het antwoord op de vraag of sprake is van een besluit van een ondernemingsvereniging in de zin van artikel 6 Mw. Wel vormt opvolging – net als controle en dwang – een duidelijke aanwijzing voor de aanwezigheid van de wil van de vereniging om het gedrag van haar leden op de betrokken markt te coördineren. In dit verband is van belang dat vast staat dat geen van de CBL-leden het systeem hanteert, terwijl dat wel geldt voor een honderdtal niet-CBL-leden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00dd32289071fbf58d71210d0327394d9bb5c626ef5e2642e75e90759f655df1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00dd32289071fbf58d71210d0327394d9bb5c626ef5e2642e75e90759f655df1, en de alinea staat in dat document op bytes 29879 tot 30675.