Citaat | Rechtbank Den Haag 16 maart 2016
Alinea 29 Rechtbank Den Haag 16 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 16 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3175.
5. Ten aanzien van de stelling van Dexia dat [gedaagde] niet was aangesloten bij Eegalease en de collectieve procedure derhalve geen stuitende werking had ten aanzien van de verjaring van de mogelijkheid die de echtgenote van [gedaagde] had om de leaseovereenkomst te vernietigen, overweegt de kantonrechter als volgt. Maatstaf is of het gaat om individuele vorderingen (betreffende de vernietiging van effectenleaseovereenkomst(en)), die bij de in de collectieve actie gevorderde verklaring voor recht aansluiten (vgl. r.o. 3.4.1 arrest Hoge Raad). Voor de vraag of er sprake is van ‘aansluiten’ als hier bedoeld is van belang dat de aanleiding voor de collectieve actie (mede) gelegen was in het toenmalige standpunt van Dexia, dat de artikelen 1:88 en 1:89 BW op geen van de door haar overeengekomen effectenleaseovereenkomsten van toepassing waren, omdat er geen sprake was van koop op afbetaling. De collectieve actie had in hoofdzaak betrekking op twee vorderingen. De eerste vordering was gericht op een verklaring voor recht dat artikel 1:88 BW van toepassing is op ‘de’ door Dexia aangeboden leaseovereenkomsten (in de dagvaarding genoemd onder 89 verschillende benamingen). Deze vordering is door de kantonrechter Amsterdam toegewezen (vonnis d.d. 25 augustus 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AQ7412). De tweede vordering was gericht op - kort samengevat - een verklaring voor recht dat effectenleaseovereenkomsten, die in een de periode 29 januari 2000 tot en met 1 mei 2002 zonder toestemming van de echtgenoot zijn aangegaan, vernietigd althans vernietigbaar zijn. Deze vordering is door de kantonrechter Amsterdam afgewezen. Tegen dat vonnis is hoger beroep ingesteld, zodat dit vonnis niet in kracht van gewijsde is gegaan. De procedure in hoger beroep is geëindigd doordat deze procedure is ingetrokken in verband met de totstandkoming van de Duisenbergregeling en de daarop gebaseerde WCAM-overeenkomst. Met name de eerstgenoemde vordering in de collectieve actie, gericht op een verklaring voor recht dat artikel 1:88 BW wel van toepassing is op de (dat wil zeggen: op alle 89 genoemde soorten) leaseovereenkomsten met Dexia, is essentieel voor het slagen van een vordering van een individuele afnemer als de onderhavige. Er is daarom sprake van ‘aansluiting’ als door de Hoge Raad bedoeld tussen die vordering en de hiervoor bedoelde collectieve vordering in de zin van artikel 3:305a BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45b17aad52389b090882171e34acd07fe7202657fcf29863639c578e85a79872. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45b17aad52389b090882171e34acd07fe7202657fcf29863639c578e85a79872, en de alinea staat in dat document op bytes 9315 tot 11754.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45b17aad52389b090882171e34acd07fe7202657fcf29863639c578e85a79872 | shasum -a 256