Citaat | Rechtbank Den Haag 4 april 2016

Onder 3.2. Rechtbank Den Haag 4 april 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 4 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3632.

Daartoe voeren eisers – samengevat – het volgende aan. Door vooruit te lopen op wettelijke bepalingen die nog niet in werking zijn getreden, schendt de Staat het legaliteitsbeginsel. Voorts is de verwerking van persoonsgegevens van huurders ten behoeve van het opstellen van inkomensindicaties in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De gegevensverwerking kan niet worden gebaseerd op een ‘gerechtvaardigd belang’ in de zin van artikel 8 sub f Wbp zolang er geen wettelijke verplichting bestaat voor de Belastingdienst om inkomensindicaties te verstrekken. Ook verdraagt de verwerking van persoonsgegevens door de Belastingdienst zich niet met de beginselen van ‘doelbinding’ en verenigbaar gebruik’. De Belastingdienst heeft een geheimhoudingsplicht en belastingplichtigen moeten er bij het doen van aangifte van uit kunnen gaan dat de Belastingdienst hun gegevens enkel verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de juiste en doelmatige uitvoering van belastingwetgeving. Uit artikel 21f, eerste en tweede lid, Awr volgt dat niet alleen voor de verstrekking, maar ook voor het gebruik van inkomensgegevens, een wettelijke basis noodzakelijk is. Gelet op het voorgaande handelt de Belastingdienst onrechtmatig jegens alle huurders van wie persoonsgegevens zijn verwerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abed1455ea70b64b7d04465a27bd2c7294da91c5e19685d8cc6b35e9b2f77089. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abed1455ea70b64b7d04465a27bd2c7294da91c5e19685d8cc6b35e9b2f77089, en de alinea staat in dat document op bytes 14120 tot 15437.