Citaat | Rechtbank Den Haag 26 februari 2016

Alinea 44 Rechtbank Den Haag 26 februari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 26 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3690.

3 Eiseres voert aan dat verweerder door alle persoonsgegevens onleesbaar te maken categoriaal heeft geweigerd inzage te geven in de documenten, hetgeen volgens de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 25 juni 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3927) in strijd is met de Wob. Verweerder had per concreet geval een belangenafweging moeten maken. Van belang is welke controleur welke controle heeft uitgevoerd, omdat aan de hand daarvan onder meer kan worden vastgesteld of dezelfde controleur meermaals eenzelfde instelling heeft gecontroleerd. Dit kan blijken uit het nummer van de controleur. De nummers van de controleurs zijn niet, zoals verweerder stelt, zonder onevenredige inspanning te herleiden tot hun identiteit. Eiseres voert voorts aan dat het gevaar van ‘naming en shaming’ en een onheuse bejegening bij openbaarmaking van de namen van de instellingen niet per definitie leidt tot een onevenredige benadeling. In andere sectoren, zoals de horeca, worden inspectieresultaten ook openbaar gemaakt. Verweerder moet concreet onderbouwen waarom de instellingen waarop de rapporten betrekking hebben, moeten vrezen voor negatieve reacties bij openbaarmaking van de documenten. Bovendien zijn de namen van de vergunninghouders in het Jaarverslag ‘Zo Doende’ van het ministerie van Economische Zaken gepubliceerd en zijn de uitzonderingsbepalingen uit de Wob derhalve niet van toepassing. Dit volgt uit de uitspraken van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 8 juli 2014 en 17 juli 2014 (ECLI:NL:RBGEL:2014:5695 en AWB 12/816). Inzicht in het aantal instellingen dat niet aan de wettelijke vereisten voldoet, is van belang voor het maatschappelijk debat omtrent dierproeven. Eiseres voert tot slot aan dat, nu verweerder niet mag weigeren de namen van vergunninghouders openbaar te maken, het onleesbaar maken van de nummers van onderzoeksprotocollen in documenten 6, 17 en 19 eveneens onrechtmatig is. Verweerder is eraan voorbijgegaan dat volgens de uitspraak van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 22 juli 2014 (ECLI:NL:RBGEL:2014:4555) aannemelijk moet worden gemaakt dat de openbaarmaking van de nummers van de onderzoeksprotocollen tot identificatie van bij dierproeven betrokken personen of tot kennisneming van de onderzoeksplannen en methoden kan leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0248bec341b857026abcb9bcef92472a9888592bfa388040cc1ce74c1820c2f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0248bec341b857026abcb9bcef92472a9888592bfa388040cc1ce74c1820c2f4, en de alinea staat in dat document op bytes 11025 tot 13381.