Citaat | Rechtbank Den Haag 26 februari 2016
Onder 5.1 Rechtbank Den Haag 26 februari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 26 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3690.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken inspecteurs in dit geval zwaarder weegt dan dat van openbaarmaking. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het hier niet gaat om het opgeven van een naam aan een individuele burger die met een ambtenaar in contact treedt, maar om openbaarmaking van de naam in de zin van de Wob. Dat de nummers van de inspecteurs, naar eiseres stelt, niet zonder onevenredige inspanning zijn te herleiden tot de betrokken ambtenaren, maakt dat niet anders. Verweerder heeft de nummers van inspecteurs dan ook in alle documenten onleesbaar mogen laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0248bec341b857026abcb9bcef92472a9888592bfa388040cc1ce74c1820c2f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0248bec341b857026abcb9bcef92472a9888592bfa388040cc1ce74c1820c2f4, en de alinea staat in dat document op bytes 14655 tot 15432.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0248bec341b857026abcb9bcef92472a9888592bfa388040cc1ce74c1820c2f4 | shasum -a 256