Citaat | Rechtbank Den Haag 20 januari 2016

Onder 4.5. Rechtbank Den Haag 20 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:385.

Met betrekking tot de vraag of en, zo ja, in hoeverre toelaatbaar is dat een partij die in het arbitraal geding een beroep op het ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage heeft gedaan, het beroep daarop in de vernietigingsprocedure met nieuwe feitelijke of juridische stellingen onderbouwt, heeft te gelden dat telkens beoordeeld moeten worden of een nieuwe feitelijke of juridische stelling, mede gelet op de eisen van een goede procesorde, in strijd komt met de strekking van de onder 4.1 bedoelde wettelijke regeling. Daarvoor zal onder meer van belang kunnen zijn in welke mate de nieuwe stellingen aansluiten bij de eerdere (in het arbitraal geding ingenomen) stellingen, wat de reden is voor het niet eerder aanvoeren van de nieuwe stellingen, en of de desbetreffende partij in het arbitraal geding al dan niet werd bijgestaan door een advocaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/384e61219bbab1fc6971880e5c2ad81efc419caf1ebf6161b9a6b129d33c7560. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 384e61219bbab1fc6971880e5c2ad81efc419caf1ebf6161b9a6b129d33c7560, en de alinea staat in dat document op bytes 39808 tot 40684.