Citaat | Rechtbank Den Haag 20 januari 2016
Onder 4.6. Rechtbank Den Haag 20 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:385.
Het meest verstrekkende verweer van TexPet en Chevron betreft hun beroep op het gezag van gewijsde van in de eerste vernietigingsprocedure genomen beslissingen. TexPet en Chevron betogen dat de onderhavige procedure betrekking heeft op dezelfde rechtsbetrekking ten aanzien waarvan in de eerste vernietigingsprocedure reeds is geoordeeld; in die procedure is de vraag naar de aanwezigheid van een geldige arbitrageovereenkomst op grond van artikel VI BIT immers bevestigend beantwoord. Volgens Chevron en TexPet is in de onderhavige zaak dan ook geen plaats voor herhaling van het partijdebat daarover. De rechtbank is echter met Ecuador van oordeel dat gezag van gewijsde niet aan de orde is, nu de vraag naar de geldigheid van de arbitrageovereenkomst blijkens artikel VI, eerste lid, BIT in grote lijnen samenvalt met de vraag of sprake is van een investment dispute en TexPet en Chevron in de onderhavige procedure een ander investment dispute voor ogen staat dan het investment dispute dat in de eerste vernietingsprocedure aan de orde was. Dit neemt niet weg dat de rechtbank, bijvoorbeeld bij haar uitleg van artikel VI BIT, oordelen uit de eerste vernietigingsprocedure wel tot uitgangspunt zal (kunnen) nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/384e61219bbab1fc6971880e5c2ad81efc419caf1ebf6161b9a6b129d33c7560. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 384e61219bbab1fc6971880e5c2ad81efc419caf1ebf6161b9a6b129d33c7560, en de alinea staat in dat document op bytes 41098 tot 42435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/384e61219bbab1fc6971880e5c2ad81efc419caf1ebf6161b9a6b129d33c7560 | shasum -a 256